Nieuws

Een doorstart is niet altijd een doorstart

2018-10-12

Een doorstart is niet altijd een doorstart, maar soms gewoon een overgang van onderneming.

Sinds onder andere de uitspraken in de kwestie Smallsteps en de aandacht die daaraan ook in de landelijke media is gegeven, ligt de zogenaamde doorstart onder het vergrootglas en kan het onderwerp met name ook van de zijde van de vakbonden zich in een warme belangstelling verheugen.

De kwestie was destijds nogal geruchtmakend omdat het faillissement tot grootschalige ontslagen leidde doch de uiteindelijke eigenaar van de kinderopvang keten na het faillissement “doodleuk” verder ging, maar wel met ’n stuk minder personeel. Het verwijt was dat deze eigenaar en de curator onder een hoedje hadden gespeeld, ten koste van personeel en schuldeisers en bovendien ook andere geïnteresseerden in een overname van de keten buiten spel waren gezet.

Uiteindelijk heeft de hoogste Europese rechter vervolgens geoordeeld dat inderdaad de doorstart doorgestoken kaart was en dat ten onrechte werknemers beschermende wetgeving was omzeild.

In een gewone overname immers, buiten faillissement, bepaalt de wet dat personeel één op één mee overgaat naar de nieuwe eigenaar. De wet zegt echter ook dat die belangrijke bepaling níet geldt in geval van een overname na faillissement (de doorstart, zeg maar).

Om die reden is het verleidelijk om éérst een faillissement uit te lokken en dán pas de overname te doen, immers, is de doorstarter, zo werd altijd gedacht, in dat geval niet verplicht het personeel over te nemen. De hoogste Europese rechter stak daar echter een stokje voor: indien een faillissement slechts bedoeld is om op eenvoudige wijze van personeel af te komen en na het faillissement de onderneming in feite één op één wordt overgenomen en voortgezet door (min of meer) dezelfde eigenaar, dan dient in een zodanig geval gewoon de hoofdregel te gelden zoals die ook geldt in geval van een overname buiten faillissement en betekent dat, dat ál het personeel gewoon mee overgaat.

De gevolgen van de uitspraak doen zich in de huidige Nederlandse overname- en faillissementspraktijk gevoelen. Zo ook bij transportbedrijf Princen in Weert. Dit bedrijf ging in 2015 failliet en maakte snel daarna, zonder dat de activiteiten ook maar één dag hadden stil gelegen, een doorstart. Het bijzondere aan deze doorstart was echter dat deze al voor het faillissement tot in de laatste details was voorbereid: met andere woorden, het faillissement was niet meer zozeer bedoeld om het bedrijf te eindigen, doch was van te voren al duidelijk dat ná het faillissement het bedrijf gewoon zou worden voortgezet, zij het met minder personeel. Of, zoals de rechter in Roermond het zegt, de faillissementsprocedure was ingeleid met het oog op een doorstart en was het faillissement niet (louter) gericht op liquidatie van het vermogen van de failliete onderneming. Dat zo zijnde, werd het personeel beschermd en diende te worden aangenomen dat ook de door de curator ontslagen werknemers in dienst waren gekomen van het nieuwe bedrijf.

Dat laatste hielp evenwel die betreffende werknemers maar heel weinig: de curator had op de eerste dag van het faillissement de arbeidsovereenkomsten opgezegd. Dat is ook gebruikelijk. Niettemin, hoewel de rechter oordeelt dat de werknemers allemaal in dienst zijn gekomen van het nieuwe bedrijf (ondanks dus het faillissement), laat de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomsten in stand. En dat betekent dat de betreffende werknemers die in eerste instantie niet waren overgenomen, na afloop van de voor hen geldende opzegtermijn, alsnog op straat komen te staan. Ze hebben dus van hun dienstverband bij het nieuwe bedrijf maar heel kort kunnen profiteren.

Leuk voor de FNV dat zij deze procedure heeft gewonnen, maar uiteindelijk blijkt het een pyrrhus overwinning voor de werknemers.

Ook deze uitspraak is breed uitgemeten in de media. Vooral werd daarbij, en wat ons betreft wat tendentieus, de nadruk gelegd op het “foute” gedrag van de werkgever. Niemand echter heeft het er over dat de FNV steken heeft laten vallen bij het aanvechten van de opzegging door de curator. Het is ook daar waar de kantonrechter de zere vinger op legt. Had FNV zijn werk echt goed gedaan, dan hadden de werknemers er echt wat aan gehad. Nu werden ze in feite afgescheept met een fooi. Enige bescheidenheid zou FNV in dat verband zeker sieren… (rechtbank Limburg, locatie Roermond, ECLI:NL:RBLIM:2018:9137)

ga terug naar overzicht »
Contact

Kantoor

+31 (0)76 523 6070
info@puuradvocaten.nl

PUUR Advocaten
Verlengde Poolseweg 18
4818 CL Breda